Terrorisme en jihadisme

Wat valt onder terrorisme? Een internationaal eensluidende definitie voor terrorisme bestaat niet: eenzelfde persoon die vanuit een bepaald ideologisch standpunt in land x wordt gezien als een strijder voor de 'goede' zaak, kan vanuit een andere ideologische invalshoek in land y als terrorist of als misdadiger bestempeld worden. 

Terrorisme beperkt zich bovendien niet tot een bepaald type doelwit. Het kan zich zowel tegen individuen, tegen bepaalde (religieuze, etnische…) groepen of zelfs tegen een samenleving in haar geheel richten.

Momenteel wordt terrorisme vooral geassocieerd met gewelddadig jihadisme. Het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) schat de terreurdreiging door gewelddadige, jihadistisch geïnspireerde groeperingen of individuen voor ons land in als ‘GEMIDDELD’. Er geldt met andere woorden een dreigingsniveau 2 (op een schaal van 1 tot 4). Dat betekent dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse weinig waarschijnlijk is.

Dreigingsniveau 2 geldt sinds 22 januari 2018. Toen heeft het OCAD, na overleg met zijn partners en op basis van de beschikbare informatie het algemene dreigingsniveau voor ons land verlaagd van niveau 3 naar niveau 2. Volgens het OCAD is de dreiging afgenomen en is een aanslag minder waarschijnlijk, ook al betekent dit niet dat er geen dreiging meer is.

Het OCAD behoudt een niveau 3 voor bepaalde gevoelige plaatsen. Om veiligheidsredenen worden deze niet verder toegelicht. 

Na de aanslagen in Parijs van 13 november 2015 had het OCAD het algemene dreigingsniveau voor ons land verhoogd van niveau 2 naar niveau 3. De dreiging tegen ons land werd toen als ‘mogelijk’ en ‘waarschijnlijk’ ingeschat. De dreiging was met andere woorden ‘ERNSTIG’.

IS en het kalifaat

Islamitische Staat is ontstaan uit een Iraakse afdeling van Al Qaeda en hanteerde gaandeweg een bijzonder verontrustende vorm van jihadistisch geïnspireerd, internationaal terrorisme. Op een bepaald moment is IS er gedeeltelijk in geslaagd om in zones van Syrië en Irak een eigen grondgebied te veroveren en er eigen politieke, administratieve en militaire structuren en instellingen te ontwikkelen. Die waren gebaseerd op zeer strakke, theocratische denkbeelden. De groepering realiseerde daarmee wat voor vele, al dan niet gewelddadige, radicaal-islamistische groeperingen het ideologische einddoel is: de restauratie van het oude islamitische ideaal van het kalifaat. Als propagandamiddel is het kalifaat voor IS een bijzonder sterke troef gebleken.

IS-impact in Europa

Vanaf 2012-2013 heeft Islamitische Staat (IS) een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op (overwegend) jonge, geradicaliseerde mannen en vrouwen in Europa. Aanvankelijk vertaalde die aantrekkingskracht zich vooral in het vertrek van duizenden foreign terrorist fighters (FTF) naar het conflictgebied. Zodra het door IS overheerste gebied in Syrië en Irak steeds moeilijker toegankelijk werd en geleidelijk aan ook heroverd werd, veranderde de organisatie het geweer van schouder. Ze riep westerse sympathisanten op om in plaats van af te reizen naar het strijdtoneel, in eigen land aanslagen te plegen. Dat heeft een directe impact gehad op de terreurdreiging in Europa.

Propaganda

De impact van de propaganda van Islamitische Staat was enorm. Ze werd massaal en met de modernste communicatiemethodes verspreid. Hun audiovisueel materiaal was productietechnisch sterk ontwikkeld en sprak vooral jongeren aan, vertrouwd met de hedendaagse beeldtaal en met de sociale media. Extreem geweld en barbaarse executies werden theatraal in beeld gebracht.   

Het risico bestaat dat de massale verspreiding van de IS-propaganda via de sociale media en het internet nog lang zal blijven circuleren, ook nadat IS definitief verslagen zal zijn. De IS-propaganda kan met andere woorden nieuwe generaties geradicaliseerde individuen blijven inspireren.